Met de auto
(Te?) veel verplaatsingen gebeuren met de wagen, ook voor de vrijetijdsbesteding in de vereniging. Denk maar aan de verplaatsing naar een sportwedstrijd te rijden of een daguitstap met bezoek aan een museum. De overdaad aan auto’s op de weg maakt ons verkeer er allesbehalve veiliger op.
De auto blijft een handig ding, maar vraagt wel om een bewust gebruik. Benutten we voldoende alle zitplaatsen? Denken we niet te vaak aan ons persoonlijk gemak (om dat even later te vloeken over die file of vertraging…)?De auto zorgt er bovendien voor dat we minder bewegen én belast het milieu. Er bestaan verschillende manieren om autorijden verkeersveiliger en milieuvriendelijker te maken. Denk maar aan carpoolen of ecodriving.
Autorijden vraagt bovendien aangepast gedrag. De auto is immers een potentieel risico voor de inzittenden én de omgeving. Veel verenigingen organiseren al eens een feestje waar alcohol geschonken wordt. Te veel alcohol, maar ook bepaalde geneesmiddelen en zeker drugs passen niet bij een chauffeur. Maar ook onaangepaste snelheid, beperkte rijvaardigheid of het niet dragen van de autogordel blijven (ook in de verenigingscontext) helaas slachtoffers eisen.
Ecodriving
Klikvast in de wagen
Drugs & alcohol in het verkeer
Ecodriving
Relaxed achter het stuur zitten en dus meer comfort voor jezelf en de passagiers. Eco-driving is de meest moderne manier van autorijden. Het uitgangspunt daarbij is defensief en anticiperend rijden zodat de verkeersveiligheid verhoogt. Bovendien zorgt eco-driving er voor dat brandstof wordt bespaard en zodoende ook de CO2 uitstoot en andere emissies worden beperkt. Kortom, eco-driving is goed voor de veiligheid en het milieu en spaart heel wat kosten.
Hoe?
10 gouden tips
- Schakel tijdig naar een hogere versnelling. Schakel bij een toerental dat bij voorkeur lager is dan 2500 toeren bij benzinemotoren en 2000 toeren bij dieselmotoren. Met een nieuwe wagen hoef je niet meer tot hoge toerentallen te gaan om vlot te kunnen versnellen.
- Rijd zo veel mogelijk met een constante snelheid.
- Volg de verkeersstroom en anticipeer op wat voor je gebeurt. Hou voldoende afstand ten opzichte van je voorligger. Zo vermijd je dat je sterk moet remmen wanneer je voorganger remt.
- Laat tijdig gas los, wanneer je een kruispunt, verkeerslicht, etc. nadert.
- Rem op de motor: Laat hierbij de motor zo lang mogelijk in dezelfde versnelling zonder koppeling in te drukken. Moderne motoren sluiten automatisch de brandstoftoevoer af zodra je de gaspedaal loslaat.
- Rijd niet te snel! Bij snelheden boven 100km/u is de snelheid de bepalende factor voor het brandstofverbruik.
- Houd de bandenspanning op peil.
- Maak verstandig gebruik van boordapparatuur. Schakel de airco alleen aan als het behoorlijk warm wordt in de auto, of wanneer je ramen beslaan. Een open raam bij een hoge snelheid geeft tot 5% meer brandstofverbruik, airco zelfs 10% meer.
- Vermijd overbodig gewicht. Plaats fietsen bij voorkeur op een rek achteraan het voertuig en verwijder bagagerekken en skiboxen als je ze niet gebruikt. Een fietsdrager op het dak verbruikt 20 tot 30% meer brandstof. Skiboxen veroorzaken tot 10% meer brandstofverbruik, vooral bij hogere snelheden.
- Meten is weten: registreer je brandstofverbruik.
Meer informatie?
www.ecolife.be/ecodriving, www.drivolution.be, www.globaldriversconcept.be, www.keydriving.be, www.safedriversplan.be, www.voc-brugge.be
Klikvast in de wagen
Wat zegt de wet?
Alle inzittenden van een auto moeten de veiligheidsgordel dragen op plaatsen die ermee uitgerust zijn, zowel voorin als achterin. Alle inzittenden van andere motorvoertuigen moeten de veiligheidsgordel dragen op plaatsen die ermee uitgerust zijn. Plaatsen die uitgerust zijn met een gordel of met een beveiligingssysteem voor kinderen moeten eerst ingenomen worden.
- De gordeldracht is niet verplicht voor: bestuurders die achteruit rijden: bestuurders van taxi’s wanneer zij een klant vervoeren, personen in het bezit van een vrijstelling op grond van gewichtige medische tegenindicaties, bestuurders en inzittenden van prioritaire voertuigen indien de aard van hun opdracht het rechtvaardigt, postbeambten die achtereenvolgens op plaatsen die op korte afstand van elkaar gelegen zijn postzendingen uitreiken of ophalen.
- Onder 18 jaar:Kinderen kleiner dan 1,35 m moeten in een aangepast beveiligingssysteem voor kinderen vervoerd worden. Kinderen van 1,35 m of meer moeten in een aangepast beveiligingssysteem voor kinderen vervoerd worden of de gordel dragen.
- Uitzondering voor personenauto’s en lichte vrachtauto’s:Wanneer het niet mogelijk is om op de achterbank een derde beveiligingssyteem voor kinderen aan te brengen omdat de twee andere reeds in gebruik zijn, mag een derde kind van 3 jaar of meer (en kleiner dan 1,35 m) toch achterin meerijden. Het moet dan de veiligheidsgordel dragen. In uitzonderlijke gevallen en over korte afstanden, wanneer de vervoerde kinderen geen kinderen zijn van de bestuurder, mogen kinderen van 3 jaar of meer toch achterin meerijden indien er geen of onvoldoende aangepaste beveiligingssystemen voorzien zijn. Zij moeten dan de veiligheidsgordel dragen.
- Taxi’s, autocars, autobussen, personenauto’s met meer dan 8 passagiers: Kinderen moeten, net als alle andere passagiers, de gordel omdoen op plaatsen waar deze voorzien is. Bovendien moeten kinderen kleiner dan 1,35 m verplicht achterin de taxi plaatsnemen indien er geen beveiligingssyteem voor kinderen voorzien is.
- Personenwagens die niet uitgerust zijn met veiligheidsgordels: Kinderen ouder dan 3 jaar en kleiner dan 1,35 m moeten achterin meerijden. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen niet meerijden.
- Mogen kinderen voorin meerijden?: Ja, kinderen mogen op iedere leeftijd voorin meerijden op voorwaarde dat zij vastgeklikt zijn volgens de wettelijke voorschriften. Het is wel verboden om een kind in een beveiligingssysteem te plaatsen tegen de rijrichting in, op een plaats die uitgerust is met een frontale airbag, behalve als deze buiten werking gesteld is.
- Hoeveel kinderen mag men vervoeren?:Ieder kind moet over een volwaardige plaats in de wagen beschikken. Men mag dus zoveel kinderen vervoeren als er zitplaatsen voorzien zijn.
- Aan welke homologatienorm moet een autozitje voldoen?:Vanaf 10 mei 2008 moet elk kinderbeveiligingssysteem dat gebruikt wordt in ons land voldoen aan de meest recente Europese normen: R44/03 of R44/04. Zitjes die niet voldoen aan deze normen, mogen niet meer gebruikt worden. Lees hierover meer op de infofiche Kinderen in de auto.
Extra tips
- Voor zwangere vrouwen is de gordel, met heupgordel onder de buik, de beste bescherming bij hevige schokken.
- Let erop dat de gordel steeds goed zit. De bovenste riem moet over de schouder lopen, niet te dicht bij de hals. De onderste riem moet over de bovenkant van de dijen lopen en op de bekkenbeenderen steunen. Laat geen ruimte tussen de riemen en het lichaam. Zo blijf je tegen de zetel aangedrukt bij hevige schokken.
- De hoofdsteun is goed afgesteld als hij in het midden tot op oorhoogte komt. Zo vermindert hij bij botsingen de kans op nekletsels (whiplash) door de achterwaartse beweging van het hoofd op te vangen.
Geschikte kinderbeveiligingssystemen
Er bestaan verschillende categorieën van kinderbeveiligingssystemen, naargelang het gewicht van het kind.
- Groep O:geschikt voor kinderen tot 10 kg. Dit zijn de reiswiegen voor in de wagen en bepaalde modellen van babyzitjes tegen de rijrichting in.
- Groep 0+:babyzitjes tegen de rijrichting in voor kinderen vanaf de geboorte tot 13 kg.
- Groep 1:voor kinderen van 9 tot 18 kg. Het betreft kinderzitjes die in de rijrichting staan en waarin het kind meestal wordt vastgemaakt met 5 riempjes.
- Groep 2 en 3: voor de groep 15-25 kg en voor 22-36 kg. In de praktijk worden deze 2 groepen vaak gecombineerd: het zijn de verhogingskussens (15-36 kg). Het kind wordt op het verhogingskussen geplaatst en vastgeklikt met de gewone driepuntsgordel van de wagen. Er bestaan modellen met of zonder ruggensteun.
Meer informatie
De folder "De gordel, de juiste reflex" vertelt meer over de wetgeving rond gordeldracht, de juiste houding achter het stuur, de verschillende mogelijkheden om kinderen veilig te vervoeren en een overzichtstabel over het gebruik van de gordel en de andere bevestigingssystemen per leeftijdscategorie. De folder "Kinderen klikvast in de auto" (BIVV) is een uitgebreide en duidelijk geïllustreerde brochure over hoe je kinderen met de wagen moet vervoeren naar activiteiten van de vereniging.
Deze fiche kwam tot stand in samenwerking met het BIVV.
Alcohol en drugs in het verkeer
Wat zegt de wet?
- Vanaf een alcoholconcentratie in je adem van 0,22 mg/l UAL* (0,5‰ in je bloed) ben je strafbaar als je een voertuig bestuurt. Hoeveel je kan drinken voor je dit percentage bereikt, hangt af van verschillende factoren. Het veiligste is om niet te drinken, of om het bij een alcoholisch drankje te houden.
- Ben je sinds minder dan twee jaar houder van een rijbewijs B, dan gelden strengere straffen voor rijden onder invloed. Je krijgt in dat geval altijd een verval van het recht tot sturen opgelegd. Je moet minstens opnieuw het theorie- of praktijkexamen afleggen alvorens je weer mag rijden. Deze maatregel geldt al vanaf 0,5 promille.
- Boetes kunnen hoog oplopen. Bij een onmiddellijke innig betaal je al 137 euro. De boetes kunnen oplopen tot 2750 euro. De rechter kan je rijbewijs voor een hele tijd intrekken.
Tips
- Zorg dat de verantwoordelijken van de vereniging het goede voorbeeld geven.
- Creëer een positief imago van de niet-drinkers
- Je kan altijd zelf alcoholtests uitvoeren bij de uitgang van een feest of fuif.
- Maak duidelijke afspraken over wie er zal rijden.
- De provincies Antwerpen en Limburg leggen ook fuifbussen in, zodat je niet met de wagen moet komen feesten.
Geneesmiddelen
De meeste pijnstillers, koortsbestrijders en hoestmiddeltjes hebben ook een kalmerende werking. Hierdoor kan je concentratie verslappen en kunnen je reflexen aanzienlijk afnemen. Sommige geneesmiddelen tasten je beoordelingsvermogen aan en maken je euforisch of zelfs agressief, zodat je elk besef van gevaar verliest. Andere geneesmiddelen verminderen het zicht, sturen het coördinatievermogen in de war, geven je een slap gevoel, of maken je duizelig.
Wat zegt de wet?
- Artikel 8.3 van het verkeersreglement zegt dat elke bestuurder in staat moet zijn om te sturen, en dat hij zijn voertuig voortdurend goed in de hand moet hebben. Wie door het innemen van bepaalde geneesmiddelen niet meer in staat is om te rijden, begaat een overtreding van de tweede graad, die bestraft wordt met een onmiddellijke inning van 100 euro.
- Artikel 35 bestraft personen die een voertuig besturen in een aan dronkenschap soortgelijke staat met een boete van 1100 tot 11.000 euro en een verval van het recht tot sturen van 1 maand tot 5 jaar, of voorgoed.
- De reglementering op het rijbewijs stelt dat je lichamelijke en geestelijke toestand als bestuurder van een motorvoertuig in overeenstemming moet zijn met de medische minimumnormen. Je bent niet in staat om een voertuig te besturen als je geneesmiddelen gebruikt die een nadelige invloed kunnen hebben op je rijgeschiktheid, of als de hoeveelheden die je gebruikt je rijgedrag ongunstig beïnvloeden. Op deze overtreding staan boetes van 1.100 tot 11.000 euro.
Tips
- Deze geneesmiddelen kunnen verkeersgevaarlijke elementen bevatten: Slaapmiddelen,kalmeermiddelen, antidepressiva, neuroleptica, anti-epileptica, antihistaminica, bètablokkers, hoestmiddelen, analgetica, stimulerende middelen, eetlustremmers, insuline, orale antidiabetica, en oogdruppels en oogzalven.
- Risico met vrij verkrijgbare geneesmiddelen:Alledaagse, onschuldige geneesmiddelen, die zonder voorschrift verkocht worden, bevatten substanties die slaperigheid kunnen veroorzaken en de rijvaardigheid aantasten. Denk bijvoorbeeld aan hoestsiroop en middelen tegen griep of reisziekte.
- Tips wanneer je geneesmiddelen neemt: Lees de bijsluiter en let vooral op tegenindicaties bij het besturen van een voertuig. Houd je steeds aan de voorgeschreven dosis en aan het tijdstip en de voorschriften voor inname. Pas vooral op bij het begin van de behandeling, bij te hoge dosissen, of bij gecombineerd geneesmiddelengebruik. Drink geen druppel alcohol. Zelfs de geringste hoeveelheid alcohol verhoogt de ongewenste effecten van geneesmiddelen op het waarnemingsvermogen en de concentratie. Stop bij het minste neveneffect onmiddellijk met rijden. Rijd bij voorkeur overdag in plaats van ’s nachts. Vermijd lange ritten. Als de reis langer duurt dan één uur, vraag dan een lift. Drink geen koffie om de neveneffecten van een geneesmiddel tegen te gaan. Dit haalt toch niets uit.
Meer informatie?
- www.bob.be . Doe mee aan de Bob-campagne, een jaarlijkse campagne van het BIVV, die herkenbaar is voor iedereen. Gemakkelijk om in je eigen werking in te passen.
- www.dus.to of www.ryd.be: Promillebril, promillekart, alcoholtests, tolwagen...: Responsible Young Drivers, Drive up Safety (DUS) en je lokale politie beschikken over materiaal om op een ludieke manier de gevolgen van alcohol en drugs in het verkeer te tonen.
- Lees de folder "Neem je geneesmiddelen? Voorzichtig achter het stuur!" van het BIVV.
Deze fiche kwam tot stand in samenwerking met het BIVV.

