Andere vervoersmodi
Niet iedereen trekt de baan op met traditionele vervoermiddelen. Ook verenigingen zijn vaak creatief met hun vervoersmiddel of willen zich ook wel eens op de weg uitleven in hun favoriete sport. Rolschaatsers, ruiters of personen met een handicap maken deel uit van het verkeer, maar moeten ook rekening houden met enkele regels. Waar moet je op letten wanneer je autocar boekt? Mag ik ook met mijn paard op de weg? Wat zijn de verkeersregels voor rolstoelgebruikers?
Skaten en steppen
Rolstoel en handbike
Bromfiets
Te paard
Met de autocar
Skaten en steppen
Het is niet altijd zo gemakkelijk om te weten wat je als skater of stepper mag of moet op de openbare weg. Je bent geen rijwiel maar een “voortbewegingstoestel”, een “niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel”. Skaters, steppers of zelfs éénwielers vallen allemaal onder dezelfde noemer en moeten onderstaande regels volgen.
Wat zegt de wet?
- Als je niet sneller dan stapvoets rijdt, dan volg je de regels voor de voetgangers. Je moet dus gebruik maken van de stoep of de voetgangerszone.
- Als je sneller dan stapvoets rijdt, dan volg je de regels voor de fietsers. Je moet dus het fietspad volgen, voorrang verlenen aan voetgangers op een zebrapad enz. Je mag ook met twee naast elkaar rijden, zolang je het tegemoetkomend verkeer niet hindert. Maar wees voorzichtig: sommige wegen zijn niet geschikt om te rollerskaten. De wagens en vrachtwagens rijden er te snel en er is onvoldoende ruimte aan de zijkant om te rollerskaten.
- Buiten de bebouwde kom moet je achtereen rijden als iemand achter je wil voorbijsteken.
- Als je niet sneller dan 20 km/u rijdt, mag je ook in woonerven rijden.
- ’s Nachts, bij zonsopgang of -ondergang, of wanneer de zichtbaarheid minder dan 200 m bedraagt (bijvoorbeeld bij mist) moet je verlichting dragen wanneer je op het fietspad of de rijbaan rijdt. Je bent verplicht om vooraan een geel of wit licht te dragen en achteraan een rood licht. De lichten mogen ook in één toestel zijn verenigd, dat je links op je lichaam draagt.
- Overdag draag je het best heldere kleuren een fluohesje, maar dat is niet verplicht.
Meer informatie?
www.bivv.be
Deze fiche werd opgemaakt in samenwerking met het BIVV.
Met de rolstoel of handbike
Met de traditionele rolstoel val je onder de zelfde regelgeving als skaters, steppers, of éénwielers (zie hierboven). Maar rolstoelen die je voortbeweegt met pedalen of handgrepen (handbike) worden beschouwd als rijwielen.
Wat zegt de wet?
- Voor de gewone rolstoel gelden de regels zoals hierboven (skaten en steppen) omschreven.
- Als rijwiel volg je de regels voor de fietsers. Ook met betrekking tot reflectoren.
- Bij gebrek aan specifieke voorzieningen volg je het best het fietspad. Als je stapvoets rijdt moet je dan wel voorrang verlenen aan de tweewielers.
Verlichting
- Als je gebruik maakt van het fietspad of delen van de openbare weg die niet voorzien zijn voor voetgangers, ben je verplicht om vooraan een geel of wit licht te dragen en achteraan een rood licht. De lichten mogen ook in één toestel zijn verenigd, dat je links plaatst. Je mag zowel vaste lichten als knipperlichten dragen.
- Op de delen die specifiek zijn voorbehouden voor voetgangers hoef je ’s nachts geen licht te hebben.
Meer informatie?
www.bivv.be
Deze fiche werd opgemaakt in samenwerking met het BIVV.
Met de bromfiets
Bromfiets klasse A
Dit is een twee- of driewielig voertuig dat uitgerust is met een motor van maximum 50 cc. Het kan op een horizontale weg niet sneller rijden dan 25 km/uur. Het heeft achteraan een geel plaatje.
- Valhelm is verplicht.
- Bestuurder minimum 16 jaar.
- Geen rijbewijs nodig.
Bromfiets klasse B
Twee- of meerwielig voertuig met een motor van maximum 50 cc. Kan op een horizontale weg niet sneller rijden dan 45 km/uur.
- Een valhelm is verplicht op bromfietsen klasse B zonder passagiersruimte (uitgezonderd postbodes tijdens hun dienst)
- Rijbewijs A3 is verplicht als je geboren bent na 14 februari 1961.
- 16 jaar: minimumleeftijd om met een klasse B te mogen rijden.
- 18 jaar: als je een passagier vervoert.
Verkeersregels
- Bromfietsers (klasse A) moeten het fietspad volgen, als dit er is. Bromfietsers moeten altijd achter elkaar rijden.
- Op wegen waar een maximumsnelheid geldt tot 50 km/uur (bebouwde kom) MOGEN bomfietsen klasse B op het fietspad aangeduid door bord D7 of door wegmarkeringen rijden.
- Op wegen waar de maximumsnelheid hoger is dan 50 km/uur MOETEN bomfietsen klasse B op een fietspad aangeduid door bord D7 of door wegmarkeingen rijden. op voorwaarde dat zij de andere weggebruikers die er zich op bevinden niet in gevaar brengen.
Meer informatie?
Lees de brochure Brommen zonder Brokken van het BIVV.
Deze fiche kwam tot stand in samenwerking met het BIVV.
Te paard
Wat zegt de wet?
Op de openbare weg wordt een ruiter net als een automobilist of een fietser als een bestuurder aanzien. Hij moet zich bijgevolg aan alle voorschriften houden die van toepassing zijn op bestuurders. Als hij afstijgt en naast zijn rijdier stapt, blijft de ruiter een bestuurder zolang hij zich op de openbare weg bevindt.Net als andere bestuurders moet hij voortdurend in staat zijn om alle nodige rijbewegingen uit te voeren. Hij moet zijn rijdier kunnen beheersen als het opgeschrikt wordt door bijvoorbeeld een vliegtuig, een vrachtwagen of het schijnsel van autoverlichting.
Minimumleeftijd
- Ruiters moeten minimum 14 jaar zijn om op de openbare weg te mogen rijden. Deze leeftijd wordt teruggebracht naar 12 jaar wanneer hij vergezeld is van een ruiter van minimum 21 jaar oud.
- Bestuurders van gespannen moeten minstens 16 jaar oud zijn.
Plaats op de weg
- Net als andere bestuurders moeten ruiters zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven.
- De bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last-of rijdieren of van vee mogen, buiten de bebouwde kommen, de gelijkgrondse bermen volgen die rechts in hun richting liggen, op voorwaarde dat zijn de andere weggebruikers niet in gevaar brengen.
- Ruiters mogen op de rijbaan met twee vooraan rijden (toch is het beter om in één rij achter elkaar te rijden), maar als er één ruiter op de gelijkgrondse berm rijdt, dan moeten alle anderen in één rij rijden.
- Fietspaden en trottoirs zijn verboden terrein voor ruiters.
- Ruiters moeten een richtingsverandering aangeven met een armbeweging.
- In de bebouwde kom is het verboden om ingespannen of bereden dieren te laten galopperen.
Bijzondere regels voor ruiters in groep
- Groepen van ten minste 10 ruiters mogen begeleid worden door een groepsleider die toeziet op het goede verloop van de tocht. De groepsleider moet ten minste 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur.
- Op kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag de groepsleider het verkeer in de dwarswegen stilleggen terwijl de groep oversteekt. Hiervoor moet hij een bord gebruiken met afbeelding van verkeersbord C3.
Verplichtingen voor gespannen
- De wetgeving maakt op verschillende punten onderscheid tussen ruiters en de bestuurders van gespannen, ook menners genoemd. Zo mogen menners niet rijden op wegen voorbehouden voor ruiters, met twee naast elkaar, op andere plaatsen dan de rijbaan.
- Een gespan mag niet meer dan vier dieren achter elkaar bevatten. Er mogen maximum drie paarden naast elkaar lopen.
- Gespannen moeten vergezeld worden van voldoende begeleiders om het verkeer veilig te doen verlopen. Als de lading langer is dan 12 meter, moet er een begeleider te voet achter de lading stappen.
Verplichtingen voor de andere weggebruikers
- Elke bestuurder moet meteen vertragen wanneer hij trek-, last- en rijdieren of vee op de openbare weg nadert. Hij moest stoppen indien deze dieren tekenen van angst vertonen.
- Het is verboden om door lawaai de dieren te doen schrikken.
- Bij het kruisen of het inhalen van paarden doen bestuurders er trouwens goed aan om een voldoende grote zijdelinge afstand te bewaren. Art. 45.5 verplicht bestuurders ook om de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat de lading en al wat dient om de lading vast te maken, door lawaai de dieren zou doen schrikken.
Wat te doen bij angst?
- De oorzaak van angst zijn bewegingen. Omdat hun ogen langs weerszijden van het hoofd ingeplant zijn, hebben paarden een heel breed gezichtsveld. Een paard merkt bruuske bewegingen en andere bronnen van stress op, die zijn berijder volledig ontgaan.
- Stop bij het geringste teken van angst.
- Vertraag en houd voldoende afstand bij het kruisen of inhalen van een paard.
- Vermijd iedere bruuske beweging in de omgeving of bij het naderen van een paard, zelfs al denk je dat je buiten het gezichtveld van het dier bent.
- Loop of stap niet (verder) in de richting van de paarden.
- Maak alles wat los hangt vast of houd het vast (bijvoorbeeld een dekzeil).
- Houd honden aan de leiband.
- Claxonneer in geen geval.
- Maak geen of zo weinig mogelijk geluid. Roep niet en verhef evenmin je stem.
- Zet de autoradio niet te luid.
- Als verschillende paarden de rijstroken oversteken, moet je ze allemaal tegelijk laten oversteken. Doorbreek nooit een groep paarden (ook niet wanneer er maar twee paarden zijn).
Meer informatie?
Reizen met de autocar
Aan de slag!
Stap 1: het bestek en de bestelling
- Vraag bij verschillende autocarbedrijven een prijs. Maak specifieke wensen kenbaar, zoals het aantal te vervoeren personen, bagagevolume, speciale noden… Vermeld welke passagiers zullen meereizen (kinderen, tieners, senioren…).
- Maak een analyse van de prijs-kwaliteitverhouding van de verschillende prijsvoorstellen. Het goedkoopste is niet noodzakelijk het beste. Let op dat de prijzen inclusief alle gevraagde speciale wensen zijn.
- Een autocar kost minstens 380 euro per dag (excl. BTW en parkeerkosten) + 0,95 euro per kilometer. Er zijn prijsverschillen naargelang de gekozen periode. Het hoogseizoen valt tijdens de krokusvakantie en de maanden april, mei, juni en september. Het middenseizoen valt in maart, juli, augustus en oktober. Aarzel niet om bijkomende informatie te vragen wanneer er opvallende prijsverschillen zijn.
Stap 2: voorbereiding van de reis
- Ben je reisbegeleider, leg dan schriftelijk vast wat jouw taak is en wat van jou verwacht wordt in uitzonderlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld: wie zal je vervangen als je net voor de afreis ziek wordt? Zijn er meerdere begeleiders zijn, verdeel de taken dan goed om misverstanden te vermijden.
- Dring er bij de mensen op aan om op tijd te zijn aan de opstapplaats. Zo loopt de chauffeur niet van bij het begin achter op het tijdschema. Geef achterblijvende familieleden eventueel een telefoonnummer waarop ze je kunnen bereiken in noodgevallen.
- Reis je met kinderen, zorg dan dat ze wat drank en eten mee hebben. Voor een nachtreis kunnen ook warme kleren, een klein kussentje of een reisdekentje goed van pas komen. Boeken, strips en computerspelletje kunnen hen bezighouden. Zorg dat alle kinderen bepaalde verplichte documenten (identiteitskaart, reispas indien nodig…) bij zich hebben.
Stap 3: het vertrek
- Zorg bij vertrek en aankomst voor een veilige parkeerplaats voor de autocar. Zo kunnen de passagiers vlot in- of uitstappen en hun bagage veilig in- of uitladen.
- Zorg dat de handbagage goed opgeborgen zit.
- Is het voertuig berekend op 50 personen, dan mag er op het laatste moment geen 51ste persoon opdagen.
- Neem plaats dichtbij de chauffeur, zodat je steeds als eerste kan uitstappen en als laatste kan instappen. Overloop met de chauffeur de planning. Komt de reisweg overeen met de vooraf uitgestippelde route? Waar en wanneer wordt er voor het eerst halt gehouden?
- Let erop dat de chauffeur in staat is om te rijden. Hij/zijn moet wanneer hij/zij begint te rijden, in orde zijn met de wettelijke rij- en rusttijden.
- Doet er zich een ernstig probleem voor, praat er dan over met de chauffeur, of bel naar het autocarbedrijf. Helpt dit niet, dan kan je nog altijd het vertrek van de autocar verhinderen. In dat geval is het ten zeerste aan te raden de aard van het probleem te laten vaststellen door een politieagent.
Stap 4: tijdens het traject
- Wijs de reizigers erop dat ze verplicht zijn hun veiligheidsgordel om te doen als de autocar ermee uitgerust is. Breng hen op de hoogte van de planning. Vraag hen om na de pauzes op tijd terug in de autocar te zijn, zodat ze het tijdschema niet in de war sturen. Controleer na elke stop of alle passagiers aan boord zijn.
- Spoor de chauffeur aan om de wettelijke rusttijden te nemen en verhinder niet dat hij/zij bijkomende pauze(s) inlast. Waarschuw de chauffeur vriendelijk indien hij/zij duidelijke tekenen van vermoeidheid vertoont of hij/zij onvoorzichtig rijdt.
- De wetgeving betreffende de rij- en rusttijden is vrij ingewikkeld. In grote lijnen komt het hierop neer: Een chauffeur mag maximaal 9 uur per dag rijden. Tweemaal per week mag hij tot 10 uur per dag rijden. Hij mag maximaal 4 uur 30 minuten zonder onderbreking rijden, dan is hij verplicht 3 kwartier rust te nemen. Indien hij dat verkiest, mag hij 15 en 30 minuten rusten, gespreid over een periode van 5 uur 15 minuten. Autocarbedrijven zijn niet verplicht om meerdere chauffeurs voor een reis ter beschikking te stellen. Is de rijtijd van de chauffeur voorbij, dan moet het voertuig ofwel stoppen, of moet een andere chauffeur het stuur overnemen.
Meer informatie?
- De Federatie van Belgische Autobus- en Autocarondernemers (FBAA) ontwikkelde verschillende instrumenten om de veiligheid van het vervoer per autocar te verbeteren. Voor meer informatie over de reglementering inzake rij- en rusttijden kan je terecht bij : FBAA op 02/245.35.70, info@fbaa.be of op www.fbaa.be.
- Het Sociaal Fonds organiseert (betalende) opleidingen voor begeleiders. Meer info op 02/245.07.61 of op www.fcbo.be.
- Lees ook de folder "Reizen per autocar, samen geven we de voorkeur aan veiligheid" ontwikkeld door de FBAA en het BIVV. Die bevat behalve praktische tips ook een bestelformulier om een autocar te reserveren of prijsoffertes te vragen.
Deze fiche kwam tot stand in samenwerking met het FBBA en het BIVV.

